Voluit voor het provinciale bestuursniveau: Monique Swinnen.

Monique Swinnen
28.06.2018

De volgende maanden willen we hier een aantal actieve provincieraadsleden en gedeputeerden aan het woord laten, met name over hun bewuste keuze voor en ambities met het provinciale bestuursniveau. Deze keer stellen we Monique Swinnen (64, uit Aarschot, CD&V) aan je voor. Monique is eerste gedeputeerde van de provincie Vlaams-Brabant, en in die hoedanigheid o.a. bevoegd voor financiën, communicatie, waterlopen, toerisme, landbouw & platteland.

Binnenkort zijn het weer provincieraadsverkiezingen: met welke motivatie kandideert u op dat provinciale niveau, wat maakt dat u er ook deze keer (weer) ten volle voor wil gaan?

Monique Swinnen: In Vlaams-Brabant houdt de provincie de vinger aan de pols. Hoewel wij dichtbij Brussel zitten, moeten wij vaststellen dat provincies zoals Limburg en West-Vlaanderen hun belangen beter weten te verdedigen. Als jonge provincie, 20 jaar geleden uitgesplitst in 3 delen, moesten wij een nieuwe identiteit opbouwen. Dat is een hele uitdaging gebleken met de nasleep van de status van het arrondissement Halle-Vilvoorde, de uitdijende invloed van Brussel als Europese hoofdstad en de rol van de nationale luchthaven Zaventem. Om nog maar van de dagelijkse files op onze snelwegen te zwijgen. 

‘Vlaams-Brabant, kruispunt van vele werelden’ vat dit in één zin goed samen. 

Tegelijk is 40% van onze oppervlakte in landbouwgebruik en hebben we 2 echt landelijke regio’s: Hageland en Pajottenland. Onze plaats als syndicaat van landelijke gemeenten en als streekmotor op maat van de regio maakt van de provincie een bestuursniveau waar wij het verschil kunnen maken. Met de start in 1995, werd een nieuwe dynamische bestuurscultuur ingevoerd. Ik voel zelf het grote verschil met de unitaire bestuursperiode. Met deze efficiënte, slagkrachtige administratie wil ik graag verder werken. 

We claimen sinds begin dit jaar de rol van provincie als streekmotor voor Vlaanderen. Kan u met een aantal recente voorbeelden uit uw eigen beleid die rol van de provincie als Streekmotor illustreren?

Swinnen: Ik zie er heel wat, laat mij er alvast enkele opsommen:

  • Fietssnelwegen kunnen in onze drukke regio echt een verschil maken; maar er is veel lokaal overleg, studiewerk en geld voor nodig. We kunnen in de volgende legislatuur kilometers beginnen afwerken. 
  • Het waterlopenbeleid is overal een uitdaging, maar in onze mooi hellende provincie is erosie een zwaar probleem. Daarom zetten wij hier prioritair op in en werken we samen met gemeenten, landbouwers en onze erosiecoördinatoren aan oplossingen op maat. Wij zijn de enige provincie die gemeenten subsidieert om een hemelwaterplan te maken. 
  • Landbouw in de Rand rond Brussel is een hele opgave. Verbreding van de activiteit op het bedrijf (toerisme, zorgboerderij, Boeren met Klasse voor educatie, hoeveverkoop, …) staan hoog op de agenda. 
  • De provincie is trekker of partner in bijna alle strategische projecten die focussen op de regio: Demer, Zoniënwoud, Zennevallei, Getestreek, Noordrand, … 
  • Met de kleinste toeristische dienst in vergelijking met andere provincies, hebben wij een spectaculaire groei weten te realiseren door met de horeca en lokale initiatiefnemers aan de slag te gaan. Meer dan 2 miljoen overnachtingen per jaar zijn daar het bewijs van.  

Het provinciale niveau is de voorbije jaren op regelmatige tijdstippen onder vuur komen te liggen. Wat maakt in uw ervaring het provinciale niveau tot een uniek en onmisbaar niveau in de huidige bestuurlijke organisatie van Vlaanderen?

Monique Swinnen: "De provincie is mijn favoriete bestuursniveau omdat je op maat van de vragen en met de initiatiefnemers ter plekke aan de slag kan gaan. Je kan snelheid maken in de besluitvorming en tegelijk draagvlak creëren, omdat een project niet in schijfjes en sectoren gefileerd wordt, maar in zijn heelheid overeind blijft. Op vlak van welzijn bijvoorbeeld was de provincie Vlaams-Brabant een echte motor om samen te werken en risico te durven nemen. Met de investeringssteun die in Vlabinvest blijft, kunnen we nog verder aan de achterstand op de aanbodszijde werken. En dus ga ik er helemaal voor!"