Voluit voor het provinciale bestuursniveau: Hilde Bruggeman.

Hilde Bruggeman
17.05.2018

De volgende maanden willen we hier een aantal actieve provincieraadsleden en gedeputeerden aan het woord laten, met name over hun bewuste keuze voor en ambities met het provinciale bestuursniveau. Deze keer stellen we Hilde Bruggeman (49, uit Buggenhout, Open VLD) aan je voor. Hilde is gedeputeerde van de provincie Oost-Vlaanderen, en in die hoedanigheid o.a. bevoegd voor patrimonium, ruimtelijke vergunningen en de personeels- en organisatieontwikkeling bij de Provincie Oost-Vlaanderen.

Binnenkort zijn het weer provincieraadsverkiezingen: met welke motivatie kandideert u op dat provinciale niveau, wat maakt dat u er ook deze keer (weer) ten volle voor wil gaan?

Hilde Bruggeman: Er zijn nog heel wat elementen die maken dat ik er absoluut goesting in heb en er vol voor wil gaan. We hebben in de lopende bestuursperiode namelijk een heleboel zaken op de rails gezet, die nu verder afgewekt moeten worden en waar wij als provincie een voortrekkersrol spelen om efficiënter en bewuster om te gaan met onze middelen en onze expertise zodat de gemeenten en de burgers daar de vruchten van kunnen plukken. Want dat is uiteindelijk waar we het voor doen.

Wij willen ook uitdrukkelijk een modern en wendbaar bestuur zijn. En dat moet zich ook uiten in onze organisatiestructuur en in ons personeelsbeleid, waarbij projectmatig werken centraal staat en integraal werken nog beter ingebed zit. Dergelijke reorganisatie zorgt ervoor dat we in staat zullen zijn om de keuzes die een nieuwe beleidsploeg maakt nog sneller en efficiënter te realiseren. Binnen onze grondgebonden bevoegdheden dienen we volgens mij nog meer te focussen en hierop dient dan ten volle ingezet te worden in functie van de noden van vooral de gemeenten. Ik zou dan ook graag de opgedane ervaring ten volle inzetten om dit 'gewoon te doen' (lacht).

We claimen sinds begin dit jaar de rol van provincie als streekmotor voor Vlaanderen. Kan u met een aantal recente voorbeelden uit uw eigen beleid die rol van de provincie als Streekmotor illustreren?

Bruggeman: We maken als provincie heel wat zaken mogelijk door coördinatie en schaalgrootte aan te bieden. Neem nu de ondersteuning die we boden om bovenlokale sportinfrastructuur te bouwen, denk maar aan de bovenlokale turnhal in Nazareth, het multifunctionele sportcentrum in Lokeren, de sport-infrastructuur in Aalst,… Hier profiteren gemeenten en hun burgers dagelijks van. Of neem nu ons provinciaal domein Puyenbroeck: we zetten daar in op de verdere realisatie van het masterplan om hier nog meer faciliteiten en belevingen aan te bieden die elders niet te vinden zijn. 

Ook het dossier van de renovatie en ingebruikname van de Leopoldskazerne kan als voorbeeld dienen: een volledige erfgoedsite kopen en met externe partners in zee gaan om de delen die we zelf niet nodig hebben, te ontwikkelen. Waarbij we dan wel weer resoluut keuzes maken voor de aanpak van de totale site bv. in functie van architectuur en minimaal totaal energie-verbruik, zodat het geheel een echte meerwaarde biedt.

Het provinciale niveau is de voorbije jaren op regelmatige tijdstippen onder vuur komen te liggen. Wat maakt in uw ervaring het provinciale niveau tot een uniek en onmisbaar niveau in de huidige bestuurlijke organisatie van Vlaanderen?

Hilde Bruggeman: We zijn een bestuur dat écht dichtbij is; we hebben heel gespecialiseerd personeel dat zeer aanspreekbaar is, en onze politici zijn dat al evenzeer. Hier ligt vooral onze kracht: het democratisch gehalte van ons bestuur enerzijds, en anderzijds onze integrale en op de lange termijn gerichte aanpak. We vertrekken immers altijds vanuit een doordachte analyse vanuit verschillende invalshoeken om zo een visie uit te werken die gedragen wordt door alle actoren.

Vaak is onze aanpak er één die inspirerend werkt, en naderhand ook overgenomen wordt. Een simpel voorbeeld hiervan: aangezien er geen beleidskader bestond voor ruiterpaden hebben we dit met de paardensector uitgewerkt en ondertussen al een 6-tal routes gerealiseerd. Vlaanderen wil dit kader overnemen als leidraad. Op zo’n moment hebben we onze rol als “motor” ten volle gespeeld…

Of ook in het kader van personeelsbeleid: in onze provincie werd het flexwerken en telewerken ingevoerd. Hiervoor werden afsprakenkaders uitgewerkt. Op een bijeenkomst met de 65 gemeenten hebben we die aanpak toegelicht en reeds enkele gemeenten hebben deze afsprakenkaders opgevraagd om ze zelf ook toe te passen. Met andere woorden: ook voor de gemeenten kunnen de instrumenten die wij ontwikkelen als gebruiksklare inspiratiebron dienen.