“De toekomst is samen en de toekomst is lokaal”.

Mieck Vos
10.10.2018

We kunnen er niet om heen: bij de lokale en provinciale verkiezingen van komende zondag 14 oktober ligt de focus in de media en de campagnes hoofdzakelijk op de verkiezing van de gemeentebesturen. Dat het ook provincieraadsverkiezingen zijn, daar gaat het dezer dagen heel wat minder over. Toch zijn ook voor de toekomstige gemeentebesturen die provinciale verkiezingen niet onbelangrijk.

De provincies blijven in heel wat materies een zeer belangrijke partner voor onze gemeentebesturen”, stelt Mieck Vos, directeur van de VVSG aan de vooravond van 14 oktober. "Want in de praktijk zijn heel wat zaken zo complex, dat ze de grenzen en draagkracht van het lokale bestuur overstijgen…”. 

“We kunnen alleen maar vaststellen dat de uitdagingen die op de gemeentebesturen (en dus ook op hun toekomstige beleidsverantwoordelijken) afkomen zo complex zijn, dat je ze niet vanuit één specifiek thema kunt benaderen. Neem nu uitdagingen als vergrijzing, ruimtelijke ordening, eenzaamheid, armoede, veiligheid op straat, mobiliteit, tewerkstelling, open ruimte, diversiteit… lokaal komt dat allemaal samen, en hebben al deze uitdagingen ook met elkaar te maken. En het is niet alleen de uitdaging, maar ook de kans om lokaal, waar al die aspecten samenkomen, echt oplossingen uit te denken. Want de burger verwacht voor al die problemen tegelijk wel goede oplossingen.

En dus zoeken we ook steeds politiek talent dat veel meer voor samenwerking kiest en niet denkt vanuit een traditioneel machtsmodel. We zoeken talent dat in staat is om burgers te betrekken, andere niveaus erbij te betrekken. En zo partnerschap uit te stralen. Hierbij kunnen we alleen maar vaststellen dat op Vlaams of federaal niveau heel wat dossiers allemaal apart vanuit diverse departementen aangepakt worden terwijl ze net met elkaar te maken hebben en vaak samen benaderd een oplossing kunnen bieden." 

De toekomst is voor ons dan ook lokaal én de toekomst is ook samen…, stelt Vos.

"De hefbomen die de provincies hebben zijn ook voor het lokale beleid niet min hé: economisch beleid, fietsbeleid, waterbeheer, toerisme…

Neem nu één van de grote uitdagingen van de toekomst uit “the convenant of mayors”, het waterbeleid. Het is duidelijk dat op het provinciale niveau hier ontzettend veel expertise aanwezig is en hier kan het provinciale niveau vanuit deze expertise ook een voortrekkersrol opnemen, in partnerschap met alle actoren op dit terrein weliswaar. Idem met fietsbeleid, burgers zijn daar steeds bewuster mee bezig, welnu dat staat of valt met infrastructuur die per definitie de gemeentegrenzen en regio’s overstijgt. Nog te vaak maak je als fietser mee dat bij het overschrijden van gemeentegrenzen fietspaden van een bedenkelijke of bijzonder goede kwaliteit zijn. De provincie Antwerpen (die hier een voortrekkersrol in heeft opgenomen) heeft hier voortreffelijke resultaten neergezet die voor de gebruiker een waardig alternatief bieden om de fiets te nemen i.p.v. de auto.

"Waar het provinciale niveau de rol van scheidsrechter opneemt en de rol van toezicht moet uitoefenen en weloverwogen beslissingen moet nemen, daar wringt wel nog vaak het schoentje voor ons op het lokale vlak", stelt Mieck Vos. "Hier botsen namelijk ook 2 democratisch verkozen politieke niveaus en vertrekken ze plots van andere invalshoeken en dat botst wel eens.

Maar als je dan tegelijkertijd ziet dat vanuit die vele lokale componenten een groter overstijgend plan gemaakt wordt, vanuit een toekomstgericht visie, dan is dat een tastbare meerwaarde.

En dat geldt niet alleen bij grondgebonden materies, maar was ook het geval bij de persoongebonden materies, zoals bij de bibliotheken, het drugsbeleid, het vrijwilligerswerk om er maar enkele te noemen…

Wat ik jammer vind is dat de herverdeling van de persoonsgebonden bevoegdheden vooral een beweging richting Vlaanderen is geweest, in plaats van richting lokaal. Van op een afstand bekeken is het goed en noodzakelijk dat er bewust met die bestuursniveaus omgegaan wordt. We hebben hier nood aan een sterke visie waarover ook in Vlaanderen een sterk draagvlak bestaat. Nu verliezen we kracht op het terrein omdat er geen duidelijke visie bestaat. Voor VVSG is het lokale niveau van het grootste belang, dus “lokaal waar het kan” pleiten we dan. Vanuit de regio’s (waar ook de provincies hun werking in hebben verankerd) zien we morgen de grootste uitdagingen omdat elke streek vertrekt vanuit een eigen sociaal economische realiteit en eigen specifieke kenmerken.

Als VVSG willen we dit proces van regio-werking en samenwerking met het provinciale niveau in partnerschap verder verkennen en ondersteunen en zo kijken hoe we samen sterk kunnen evolueren. 

Dat partnerschap verwachten we trouwens ook op Vlaams en Federaal niveau om grote uitdagingen gezamenlijk aan te kunnen, we denken aan smart cities, armoedebeleid en mobiliteitsbeleid."

Vanuit het politieke niveau hebben VVSG en VVP een gezamenlijk belang (het lokale belang) en ontmoeten ze elkaar vaak in allerlei overlegstructuren. "Het is daarom belangrijk dat we dit partnerschap ook van daaruit herbekijken. Samen hebben we reeds een gezamenlijk advies gegeven in het kader van het decreet over de interbestuurlijke samenwerking. We namen hierbij een voorbeeld aan Nederland, waar dat interbestuurlijke beleid veel coherenter gebeurt, men noemt dit het ketengericht werken, omwille van de burger die de overheid ervaart als één duidelijke lijn over verschillende overheidsniveaus…"

Het discours van deze tijd, bijvoorbeeld in de media, helpt hierbij ook niet. 

"Men zegt al snel ‘er zijn te veel postjes, te veel niveaus, politici zijn graaiers…’ terwijl in de praktijk diegenen die zich echt inzetten en opofferen er vaak de waardering niet voor krijgen.

Ook de grondigheid, het werken op de achtergrond en op lange termijn, wat zo typerend is voor het provinciale niveau, en wat ook zo belangrijk is, dat werkt soms tegen jullie, in deze tijdsgeest, die vaker op de korte termijn en de perceptie gericht is… En die zodoende ook de kwaliteit van het bestuur ondermijnt. Ook hierbij zijn we partners want het lokale niveau werkt ook graag vanuit een grondigheid en lange termijn visie maar voelt vaak de hete adem van elke burger of journalist in zijn hals, elke dag opnieuw.

Net omdat de democratie dezer dagen onder druk staat, is het belangrijk om het lokale weer meer mogelijkheden en gewicht te geven. Dat is niet makkelijk omdat die shift, dat inzicht, pas nieuw is en we daar ook nog veel moeten in leren… Daarbij komt dan ook nog de nieuwe focus van de provincies op de grondgebonden bevoegdheden. Voor ons is het in die provinciale herverdeling nog zoeken, er zijn veel dingen nieuw en we stellen ook de verdeeldheid vast op het terrein. We voelen ons daar ongemakkelijk bij, gelukkig hebben we in de praktijk altijd goed samengewerkt en is er een duidelijke complementariteit. Belangrijk is om te kijken naar de opportuniteiten en niet enkel naar de problemen die zich hierbij stellen. We moeten immers met de weinige middelen die er zijn zo goed mogelijk samenwerken…

Want ik geloof in die kracht lokaal, regionaal en provinciaal, wij zijn gewoon om te denken vanuit de politieke praktijk die zeer dicht bij het veld, bij de kiezer en bij de burgers, zit."

Terwijl als je hier in Brussel zit er toch een zekere afstand, een zekere theorie en abstract redeneren primeert. "Je verwacht steeds meer dat al die aspecten met elkaar verbonden worden en dat in die complexiteit van verbindingen oplossingen zitten," zegt Mieck Vos. "De oplossing ligt trouwens niet per se in fusies of schaalvergroting op zich, maar in de capaciteit waarmee we als gemeenten over de grenzen heen kunnen samenwerken. Fusie is voor ons een noodzakelijk proces voor die gemeenten die zich sterker voelen door samen te gaan met buurgemeenten waarbij ze al in vele beleidsvelden samenwerken. Het is een proces waarbij de lokale autonomie speelt en waar zij aan zet zijn. We ondersteunen dit proces want het getuigt van sterk politiek en ambtelijke leiderschap en ook van visie om de toekomst met de burger anders uit te tekenen en krachten te bundelen. Maar fusie zal op zich niet de sleutel van alles worden. Het is integendeel de sterkte van samenwerking over de grenzen van het lokale heen maar in debat met de lokale actoren en een goede besteding van middelen.

Want als we erin slagen om elk niveau zo te organiseren zodat we het gevoel hebben dat de schaal perfect zit, en als we dat in goed partnerschap kunnen aanpakken, dan zijn we vertrokken… In de praktijk en op het terrein is die open mind en bereidheid er. Iedereen weet dat heel wat aspecten door elkaar lopen, waarbij we goed weten wat we van elkaar mogen verwachten.

Ambtenaren op lokaal en provinciaal vlak zijn immers beiden op zoek naar mooi, zinvol en duurzaam beleid en zijn ook vaak elkaars klankbord."